De introductie van het tweede emissiehandelssysteem van de EU (ETS2) voor de wegvervoer- en gebouwensector zal de Europese ambities op het gebied van decarbonisatie stimuleren en de overgang naar schonere brandstoffen en technologieën versnellen. Vroegtijdige financiële steun aan kwetsbare huishoudens en bedrijven, coherent beleid, sterke publieke steun, transparantie en duidelijke communicatie zijn cruciaal voor het succes, aldus twee vandaag gepubliceerde rapporten van het Europees Milieuagentschap (EEA).
De EEA-briefings onderzoeken de kansen en uitdagingen die de invoering van het ETS2 met zich meebrengt voor de wegvervoersector en de bouwsectorHet ETS2 heeft als doel de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) door brandstofverbranding in gebouwen, wegvervoer en andere sectoren zoals de kleine industrie, die niet onder het bestaande EU-emissiehandelssysteem (ETS1) vallen, te verminderen.
Sociale rechtvaardigheid staat centraal in ETS2.
De toelichtingen benadrukken dat inspanningen om een rechtvaardige transitie te waarborgen centraal moeten staan bij de invoering van het nieuwe systeem van emissiehandel, om tegemoet te komen aan de publieke bezorgdheid over brandstofprijzen en mobiliteitskosten. De uitbreiding van het EU-emissiehandelssysteem naar transport, gebouwen en andere sectoren zal een directe financiële impact hebben op huishoudens en gebruikers van auto's met verbrandingsmotoren, aangezien het de prijzen van fossiele brandstoffen voor verwarming en dagelijkse mobiliteit rechtstreeks zal beïnvloeden. Dit kan ook een onevenredig effect hebben op minder welvarende huishoudens en regio's.
Het Sociaal Klimaatfonds van de EU, dat gefinancierd zal worden met de opbrengsten van ETS2, is bedoeld om deze gevolgen en financiële uitdagingen aan te pakken en ervoor te zorgen dat sociale rechtvaardigheid centraal staat in het nieuwe systeem van emissiehandel. Het fonds zal worden gebruikt om huishoudens en kleine bedrijven te ondersteunen en investeringen te financieren die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen.
Impact op transport en gebouwen
Het nieuwe systeem van emissiehandel zal de CO2-prijs uitbreiden naar brandstoffen voor wegvervoer, om de overstap naar elektrische voertuigen te stimuleren en energiezuinigere mobiliteit te bevorderen.
Het uitbreiden van het principe van koolstofbeprijzing naar het wegvervoer, in combinatie met andere sectorale beleidsmaatregelen (normen, regelgeving, informatie, bewustmaking, enz.), zal naar verwachting een extra stimulans vormen om de overgang naar schonere brandstoffen en technologieën te versnellen, aldus het rapport.
Transport is niet alleen de grootste emissiebron in de EU, maar ook een van de moeilijkst te decarboniseren sectoren. De sector is nog steeds voor 93% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De emissies van het wegvervoer daalden tussen 2005 en 2023 met slechts 4.4%, veel minder dan de reductie van 48% die werd bereikt in de EU-emissiehandelssectoren (ETS1). Verbeteringen in energie-efficiëntie (met name vanaf 2009, toen verplichte emissiereductiedoelstellingen voor nieuwe auto's die in de EU worden verkocht werden ingevoerd), een toegenomen gebruik van biobrandstoffen en de stijgende verkoop van elektrische voertuigen (EV's) hebben bijgedragen aan de emissiereductie, maar deze winst is grotendeels tenietgedaan door de groeiende mobiliteit en de toenemende vraag naar goederenvervoer.
De uitstoot van broeikasgassen door het gebruik van fossiele brandstoffen in gebouwen (inclusief woonhuizen) is in 2023 met 37% gedaald ten opzichte van 2005, dankzij isolatie, efficiënte verwarmingsketels en mildere winters.
Woongebouwen zijn echter nog steeds verantwoordelijk voor ongeveer 75% van het fossiele brandstofverbruik voor verwarming. Verdere vermindering vereist snellere renovatie en een snelle inzet van hernieuwbare energiebronnen en warmtepompen.
Het uitbreiden van de CO2-beprijzing naar het gebruik van fossiele brandstoffen in gebouwen is bedoeld om inspanningen ter verbetering van de energie-efficiëntie, renovatie en schone verwarming te stimuleren en te versnellen. De opname van gebouwen in het ETS2 heeft echter zorgen gewekt over verwarmingskosten en sociale gevolgen, met name voor kwetsbare huishoudens. Aanvullend EU- en nationaal beleid – zoals bouwvoorschriften, informatie over de prestaties van gebouwen, fiscale stimulansen en gerichte financiële instrumenten en adviesdiensten die zijn ontworpen om sociale groepen te bereiken – zal essentieel zijn om de emissiereductie te maximaliseren en tegelijkertijd een rechtvaardige en evenwichtige transitie te waarborgen.
Achtergrond
De briefings van het EER zijn gebaseerd op het rapport van het Europees themacentrum: ETC CM-rapport 2025/09: EU ETS2 en Sociaal Klimaatfonds: Het mogelijk maken van koolstofarme transport- en gebouwsector die voor iedereen werkt
